Staninescores wat zijn dat eigenlijk?

by Joke on 04/08/2011 · 0 comments

Met een psychologische test doe je een uitspraak over psychologische eigenschappen van een kandidaat ten opzichte van andere mensen. In de vorige blog heb ik uitgelegd dat deze vergelijking tot stand komt door een vergelijking van ruwe scores met normscores van normgroepen. Deze vergelijking kan op meerdere manieren tot stand komen. In deze blog beschrijf ik een veel toegepaste vergelijking die gebruik maakt van de stanineschaal. Online Talent Manager gebruikt deze methode voor bijna alle tests.

Wat zegt een staninescore?Staninescore
De staninescore van een kandidaat geeft gestandaardiseerd aan of iemand hoger of lager scoort ten opzichte van de normgroep. De staninescores kunnen ook in woorden uitgedrukt worden. Dit kun je gebruiken om resultaten te bespreken. De meeste mensen (54%) scoren een 4,5 of 6 op een eigenschap. Deze scores kun je in een rapport bijvoorbeeld uitdrukken als laaggemiddeld, gemiddeld en hooggemiddeld. Concreet betekent deze score dat mensen deze eigenschap in normale mate bezitten (wel ten opzichte van de gebruikte normgroep natuurlijk). Anders gezegd, deze mensen zullen om deze specifieke eigenschap niet opvallen. Een aanmerkelijk kleiner deel van de mensen behaalt een hoge of juist lage score op een eigenschap. De scores 1,2 en 3 kun je uitdrukken als zeer laag, laag en ondergemiddeld en de scores 7,8 en 9 als bovengemiddeld, hoog en zeer hoog. Concreet betekent dit dat deze eigenschap bij mensen in opvallende of zelfs abnormale mate aanwezig is (of afwezig/tegengesteld aanwezig bij lage scores). Bijvoorbeeld iemand die een 8 scoort op de eigenschap dominantie zal in de ogen van anderen opvallen om zijn of haar dominante gedrag.

Stanines, kwaliteiten en valkuilen
Het meest typerend voor kandidaten (en daarom vaak het interessants) zijn dus de scores die weinig voorkomen, de 1,2,3,7,8 en 9. Deze scores wijken veel af van de ‘normale’ scores en kleuren hiermee iemands persoonlijkheid. Anderen zullen de eigenschap typeren als talent, kwaliteit, abnormaal, nare trek, valkuil. Het opvallen kan dus in positieve termen zijn maar ook in negatieve termen. Hierbij wijs ik er nadrukkelijk op dat een lagere score op een eigenschap niet per definitie betekent dat het negatief, slecht of een valkuil is. Hetzelfde geldt voor een hogere score. Of een score positief-neutraal-negatief is wordt bepaald door de context waarin de test is afgenomen. Bijvoorbeeld, iemand die laag scoort op sociabiliteit, dus liever niet teveel onder de mensen is, daar is los van de context geen positief-neutraal-negatieve interpretatie  aan te geven. Binnen de context van een selectie-assessment voor vrachtwagenchauffeur is dit een positief kenmerk, immers vrachtwagenchauffeurs zijn veel alleen. In de context van een buschauffeur streekvervoer wordt het al weer een ander verhaal.

Hoe komt de stanine score tot stand?
Nu je weet wat een staninescore precies zegt zal ik je uitleggen hoe deze tot stand komt, een iets moeilijker onderwerp. Het gaat hierbij om de vertaling van ruwe scores naar staninescores. Stanine komt van ‘standard nine’ en staat voor een gestandaardiseerde schaal met 9 intervallen. Doorgaans vormen de ruwe scores een normaalverdeling (zie figuur) met een gemiddelde normscore en standaarddeviatie. De standaarddeviatie of standaardafwijking is een standaardmaat voor de mate van spreiding tussen alle ruwe scores.  De staninemethode deelt deze normaalverdeling op in 9 intervallen (zie figuur) met ieder een eigen staninescore (1 t/m 9). Hoe lager de ruwe scores ten opzichte van de gemiddelde normscore des te lager de bijbehorende staninescore. Hetzelfde geldt voor hogere ruwe scores, deze krijgen een hogere staninescore. Het gaat bij deze indeling om 9 gelijke intervallen. Dit betekent niet dat elk interval evenveel ruwe scores bevat maar dat elk interval een halve standaarddeviatie bevat. De intervallen die rond de gemiddelde normscore liggen bevatten de grootste percentages van de totale ruwe scores. De stanines 4,5 en6 bevatten respectievelijk 17, 20 en 17 % van de totale ruwe scores en omvatten hiermee meer dan de helft van het totaal, 54 %. ( zie figuur). De intervallen die het verst van het gemiddelde liggen bevatten de kleinste percentages van de totale ruwe scores. De stanines 1,2 en 3 omvatten achtereenvolgens 4, 7 en 12 % van de totale ruwe scores. Hetzelfde geldt voor de stanines 7,8 en 9 welke respectievelijk 12, 7 en 4 % van de totale ruwe scores bevatten.

- Joke Willems

Leave a Comment

*

Previous post:

Next post: